Verslag bijeenkomst Psysalon Roosendaal 3 februari 2020 Thema: KOPP/KOV (Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen en Kinderen van Ouders met Verslavingsproblemen)

Het thema van de avond wordt verzorgd door vier personen: Kirsten van der Heiden, preventiemedewerker Novadic-Kentron, Veerle Verstralen en Cynthia Schurings, jeugdpreventiewerkers GGZWNB en ervaringsdeskundige Ammy. Zij stellen zichzelf voor. 

Kirsten werkt 25 jaar bij Novadic-Kentron; de eerste tien jaar met jonge cliënten met een verslavingsproblematiek. In die periode werd er zelden aan partners of kinderen van cliënten gevraagd hoe het met hen ging. Kirsten wilde dat veranderen. Zo komt het dat zij sinds 20 jaar bij de afdeling Preventie werkt en opvoedingsondersteuning en partnerondersteuning geeft. 

Uit landelijke cijfers blijkt dat er in Nederland 450.000 ouders met psychiatrische of verslavingsproblemen zijn. Zij hebben samen kinderen die opgroeien met een psychisch zieke of verslaafde ouder. Het gaat om 577.000 KOPP/KOV- kinderen onder de achttien jaar. Daarvan heeft 65% hulp nodig. De preventiemedewerkers & gemeentes stellen zich de vraag hoe dat voorkomen kan worden en zetten zich daarvoor in. Er is een reeks signalen waaraan je KOPP/KOV- kinderen kunt herkennen. Een van die signalen is dat kinderen vanaf jonge leeftijd structureel de rol van de zieke ouder overnemen. Een ander signaal is dat KOPP/KOV- kinderen juist niet op willen vallen en zich goed weten aan te passen omdat ze niet voor problemen willen zorgen. Kinderen en jongeren kunnen ook juist opstandig gedrag laten zien, omdat ze niet weten hoe om hulp te vragen en met hun emoties en zorgen om te gaan. Vaak durven kinderen geen vriendjes mee naar huis te nemen. Niet alle signalen hoeven altijd allemaal aanwezig te zijn voor het predicaat KOPP/KOV kind. Niet alle  KOPP/KOV- kinderen krijgen problemen door het feit dat ze KOPP/KOV kind zijn. Als er niets gedaan wordt voor deze doelgroep beginnen de problemen zich vaak voor te doen vanaf het 35e levensjaar. Ook op latere leeftijd kunnen mensen nog ontdekken dat ze KOPP/KOV kind zijn of er last van krijgen. 

Er zijn gelukkig ook beschermende factoren die helpen problemen te voorkomen. Psycho-educatie speelt daarin een belangrijke rol. In de gesprekken die de preventiemedewerkers met gezinnen hebben, ontschuldigen zij zowel de ouder als het kind: de ziekte is de oorzaak, die veroorzaakt problemen. Sommige volwassenen realiseren zich pas op latere leeftijd dat de problemen die zij ervaren gerelateerd zijn aan het feit dat ze KOPP/KOV kind zijn. Kirsten vertelt dat het voor sommige ouders het heel lastig is om in het kennismakingsgesprek te vertellen dat zij een diagnose hebben; ze willen niet dat hun kind dat weet. Het is belangrijk dat dit wel wordt uitgesproken, zodat het kind weet dat bijvoorbeeld onverwachte boosheid van de ouder niet door het kind wordt veroorzaakt, maar door de ziekte van de ouder.  

Kinderen leren in de groepen om te gaan met het feit dat hun ouder ziek is. Vooral het lotgenoten contact is fijn voor de deelnemers. Ze weten door deelname aan de groep dat ze niet de enige zijn. Kinderen en jongeren worden in de groep in hun kracht gezet en doorverwezen als er meer nodig is. Kinderen zitten met een loyaliteitsprobleem naar hun ouders. Daarom wordt in het kennismakingsgesprek altijd gevraagd of de ouder erin toestemt dat het kind in de groep alles mag vertellen wat het wil. Deze vraag helpt het kind om open te kunnen delen. Ook is de afspraak dat alles wat in de groep vertelt wordt ook in de groep blijft fijn voor de deelnemers. 

Novadic-Kentron en GGZWNB werken samen, dit omdat verslavings- en psychiatrische problemen vaak samen voorkomen. Het is belangrijk dat de kinderen een veilige plek hebben in de groep om hun  verhaal te kunnen doen. De prioriteit ligt dan ook bij het kind. Ouders hebben hun eigen plek om hun verhaal en problemen te delen en hulp te ontvangen. Er zijn ook situaties waar preventie ouders helpt om hulpverlening te ontvangen. Dit gebeurt dan door een verwijzing en het ondersteunen van de ouder door bijvoorbeeld samen een huisarts te bellen zodat deze het over kan nemen. Het is belangrijk om kinderen dan mee te nemen in het proces en uit te leggen dat er niet besproken wordt wat het kind heeft gedeeld maar er hulp (niet jeugdpreventie) wordt ingeschakeld voor een ouder. Cynthia noemt een voorbeeld van een situatie waarin door wat een kind in de begeleidingsgroep vertelde, werd gesignaleerd dat de moeder van dat kind zieker werd. Mede door de interventie van de jeugdpreventiemedewerker kon de moeder snel in een behandeltraject terecht. Het was mooi dat de vertrouwensrelatie van de ouders en de preventiemedewerker zo gegroeid was dat zij zich kwetsbaar op durfde te stellen en ze zo samen actie konden ondernemen. 

Ammy is ervaringsdeskundige bij de GGZWNB. Op 26jarige leeftijd kreeg zij haar eerste psychose. Voor Ammy’s moeder was dit heel confronterend, omdat haar man, de biologische vader van Amy, aan een psychose was overleden. Het was voor Ammy’s moeder heel moeilijk om daarover te praten. Met behulp van o.a. medicatie, maar vooral door de steun en hulp van familie en vrienden en het opbouwen van een fijne dagstructuur, is A,my hersteld. Bij de behandelaar was niet bekend dat haar vader ook psychotisch was geweest. In het triadisch werken van de ggz is het voor het behandeltraject van belang om het complete plaatje van de cliënt in een vroeg stadium te zien. Op 31 jarige leeftijd kreeg Ammy een postnatale psychose. Ze merkte zelf op dat ze opnieuw onrustig werd en ze sliep slecht. Ze is naar de huisarts gegaan en werd goed opgevangen door het crisisteam voor vroege interventie van psychose. Daardoor duurde deze psychose korter en omdat was hierdoor minder shocking. Dit kwam ook doordat alle betrokkenen wisten dat Ammy al eerder hersteld was en er vertrouwen was dat dit nu ook zou lukken. 

Ad geeft aan dat er een groot taboe rust op psyschische problemen. Dat past niet in onze maatschappij waarin alleen succesverhalen tellen en we allemaal gelukkig moeten zijn. Dat geldt ook voor scholieren. 

Kirsten zegt dat er in de verslavingszorg nu een kentering op gang is gekomen. Er zijn weer groepen waar jongeren hun ervaringen kunnen delen. Amy had graag gewild dat er voor haar destijds zo’n groep geweest was.

Er wordt een kort filmpje vertoond dat gaat over KOPP/KOV problematiek. Het filmpje is gemaakt door de samenwerkingspartners die de KOPP/KOV preventiegroepen in Breda vormgeven.  Sinds kort heeft Novadic-Kentron een ‘naasten’ module waar dat filmpje in gebruikt gaat worden. Veel hulpverleners vinden het nog moeilijk om met naasten van hun cliënt in gesprek te gaan. Het filmpje kan daarbij helpen. 

De preventiewerkers geven een toelichting bij het grote aanbod dat de gemeente Roosendaal heeft voor kinderen/jongeren, die te maken hebben met psychische en/of verslavingsproblematiek bij ouders of broers/zussen (zie bijlage) Het is belangrijk dat dit aanbod onder de aandacht wordt gebracht. Bij de activiteiten in dit aanbod gaat het om herkenning en steun. Het kind/de jongere weet dat het niet de enige is die een ouder heeft met wie het niet altijd goed gaat. In de groep hoeft dat niet uitgelegd te worden. Zo wordt het delen van ervaringen gemakkelijker. Kinderen en jongeren van 4-18 jaar kunnen kosteloos meedoen aan de preventiegroepen. De groepen worden gegeven in buurthuis de Wieken. Er wordt van de deelnemers geen dossier opgebouwd en namen worden niet doorgegeven. Kinderen waarvoor extra hulp nodig is, worden doorverwezen naar de gepaste hulpverlening.

Veerle vertelt dat de Jeugdpreventie van GGZ WNB ook op MBO en middelbare scholen actief is. Er zijn steunpuntgesprekken waar jongeren/jongvolwassen die ergens meezitten of vastlopen in hun ontwikkeling individuele gesprekken met een van de Jeugdpreventie medewerkers kunnen hebben. Ook voor jongeren die dingen in de thuissituatie meemaken of meegemaakt hebben zijn er groepsbijeenkomsten. Op de vraag of er ook allochtone leerlingen aan deze groepen deelnemen, zegt Cynthia dat dit zeker zo is, maar dat er nog ruimte voor verbetering is. In andere culturen blijkt het toch lastig om over deze thema’s buiten het gezin te praten. De preventiemedewerkers van beide organisaties geven op de MBO’ s ook gastlessen en informatiebijeenkomsten over psychiatrie en verslaving om deze onderwerpen meer bespreekbaar te maken, het stigma te verkleinen  en jongeren te laten beseffen dat om hulp vragen heel normaal is.  

Na de pauze geeft Ad het woord aan Kitty Kiezenberg, consulent Steunpunt Mantelzorg Roosendaal. Zij stelt Matthijs voor, die als jonge mantelzorger voor zijn inmiddels overleden vader met de ziekte van Parkinson heeft gezorgd.  Matthijs vertelt over zijn ervaringen. Als student aan de Universiteit van Tilburg werd niet (h)erkend dat hij naast zijn studie mantelzorger was. Daardoor dreigde hij een van zijn tentamens niet te halen. Uiteindelijk is dat via een mondeling tentamen toch gelukt. Als student ben je een nummer. Het is lastig om je zorgen om je ouder te delen, ook  met mede- studenten. Matthijs kon gelukkig deelnemen aan een groep van lotgenoten van Het Steunpunt Mantelzorg. Kirsten zegt dat zij soms met een student  meegaat naar een universiteit om daar te verduidelijken dat die student geen psycholoog nodig heeft, maar steun, om als mantelzorger zijn studie te kunnen blijven volhouden.  

Kitty vertelt dat de taak van mantelzorgondersteuning bij iedere gemeente ligt. Het Steunpunt Mantelzorg Roosendaal werkt voor alle mantelzorgers. Zij kunnen er terecht voor vragen en ondersteuning. Het steunpunt werkt met diverse partners samen. De doelgroep jonge mantelzorgers is lastig in beeld te krijgen. Soms moet aan ouders uitgelegd worden waarom hun kind toch mantelzorger is ook al lijkt dat kind geen problemen te hebben. Met toestemming van de ouders registreert het steunpunt de jonge mantelzorgers als een beleidsgegeven voor de gemeente. Veel jonge mantelzorgers worden doorverwezen naar de preventiegroepen of naar rouwverwerking. Het Steunpunt Mantelzorg Roosendaal werkte vanuit Stichting Groenhuysen. Het  is sinds kort ondergebracht bij MEE en WijZijnTraverse. Er is nog geen eigen logo en pr om daar bekendheid aan te geven. Voor de doelgroep jonge mantelzorgers bestaat het aanbod uit alleen ontspannende activiteiten. Kitty benadrukt het belang van mantelzorgers om zich in te schrijven bij het steunpunt. Als je geregistreerd staat, ben je in beeld, krijg je informatie en kun je andere mantelzorgers ontmoeten. Als mantelzorger moet je goed voor jezelf zorgen. Met het steunpunt laten we zien dat je niet alles zelf hoeft op te lossen. 

Rondvraag 

Door een echtpaar wordt aandacht gevraagd voor patiënten met FAS, Foetaal Alcohol Syndroom. Een van hen is FAS patiënt. Ze vertellen over hun ervaringen. Er is grote onbekendheid over deze ziekte. Er worden jaarlijks echter meer baby’s met het FAS syndroom dan met het syndroom van Down geboren. De NSGK, die nu onder de naam ‘Het gehandicapte Kind’ opereert, heeft wel een aanbod voor jonge kinderen met FAS, maar voor de oudere generatie is er niets.  Het echtpaar heeft behoefte aan lotgenotencontact. Misschien zouden er ervaringen gedeeld kunnen worden in een groep die breder is dan alleen FAS patiënten en hun naasten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *